• Romy den Otter

    Richard van Hoek

Een lichtpuntje

Soms vind ik het lastig hoe ik moet reageren op iemand die op mij afstapt met de vraag of ik nog wat kleingeld heb voor de opvang, de trein of zoiets dergelijks. Ik ben vaak in Utrecht voor mijn studie, waar het zien van daklozen geen uitzonderlijk iets is. In Sliedrecht daarentegen heb je hiermee eigenlijk niet te maken. De meest confronterende situatie in ons dorp is het passeren van de straatkrantverkoper bij de ingang van de supermarkt, maar daarmee is het leed dat met de term 'armoede' kan worden aangeduid ook wel afgedaan.

Als u mijn vorige column heeft gelezen, weet u dat ik nogal een gevoelig persoon ben. Pas liep ik over het Domplein richting het station en werd er door een man aan mij gevraagd of ik nog wat geld had voor een treinkaartje. Nu is het zo dat ik eigenlijk nooit kleingeld bij me heb, waardoor ik me liet overhalen mee te lopen naar de pinautomaat om de hoek. Terwijl ik met de meneer meeloop, die me in gebrekkig Frans vertelt over zijn kinderen, denk ik bij mezelf: ik geef ook makkelijk tien euro uit aan een nieuwe mascara (en make-up is een zinloos en ijdel iets), dus waarom zou ik moeilijk doen om met ditzelfde bedrag deze man blij te maken?

Ik ben vaak genoeg door bekenden gewaarschuwd dat je niet iedereen zomaar kunt vertrouwen. Mensen liegen en stelen en zijn egoïstisch. Dat kan wel zijn, maar ik ben liever naïef dan argwanend. Naïviteit is misschien niet zo verstandig, maar ik ga liever uit van het goede in de mens. Er zijn weinig mensen die bewust kiezen voor een leven op straat, voor het vluchten naar een ander land, voor eenzaamheid. En kunnen wij, inwoners van een van de rijkste landen ter wereld, die twee euro echt niet missen? Als je (net als ik) niet altijd kleingeld op zak hebt, maakt een glimlach naar de straatkrantverkoper of een praatje met de straatmuzikant ook een verschil. Zo kun jij een lichtpuntje voor hen zijn in de donkerste maand van het jaar.

Romy den Otter