• Erik de Bruin

Albrechtgroep verbond heel bezet Nederland

SLIEDRECHT Tot en met zaterdag 9 september is in het Sliedrechts Museum op de Kerkbuurt een tentoonstelling te bezichtigen over de liniecrossers. Hun verhalen mogen niet uitgestorven raken en dienen breed onder de aandacht te worden gebracht, zo is het doel van de begin dit jaar opgerichte Stichting Linie-Crossers Sliedrecht, die een forse bijdrage heeft geleverd aan de expositie en na fondsenwerving, wat nu aan de gang is, een krijgshistoricus opdracht wil geven een allesomvattend onderzoek te verrichten naar de drijfveren van deze verzetshelden. Wat uitmondt in een boek. Het Kompas geeft alvast een aanzet met een tweewekelijkse zomerserie. Vandaag deel III: de overkoepelende Albrechtgroep.

door Erik de Bruin

De 21 liniecrossers die in de laatste zes oorlogsmaanden vanuit Sliedrecht, door en langs de Biesbosch, militaire berichten en later ook personen overbrachten, maakten deel uit van dit inlichtingen- en spionagenetwerk, dat vanaf maart 1943 was opgebouwd en zich uitstrekte over heel Nederland. Na de oorlog verscheen het informatieve boek 'Albrecht meldt zich', dat persoonlijk werd overhandigd aan een kleine kring ingewijden. Onder andere de ongeveer achthonderd medewerkers, die waren verdeeld over twintig afdelingen, kregen daardoor een beeld van hoe dit ondergrondse apparaat in z'n volle omvang (elke afdeling vormde een schakel, maar kon het geheel niet overzien) in elkaar stak, hoe de omvangrijke en zeer snel doch accuraat te werk gaande Albrechtgroep tot stand was gebracht en hoe werd bijgedragen aan een geslaagde invasie van de geallieerden, die voortdurend werden gevoed met cruciale informatie over Duitse geschutsopstellingen en troepenconcentraties.

 

Aanvankelijk bestond de groep uit één man, te weten: Hendrik Geert de Jonge, een 26-jarige beroepsofficier die in juli 1942 via Frankrijk, Spanje en Portugal naar Curaçao en later Amerika was gevlucht en in november dat jaar aan wal stapte in Engeland, waar hij enkele maanden een militaire opleiding genoot. Bij terugkeer in Nederland (hij werd in de nacht van 11 op 12 maart 1943 gedropt boven Drenthe) verzamelde de jonge soldaat in opdracht van de Nederlandse inlichtingendienst, die in Londen was gevestigd, inlichtingen van economische en militaire aard. Albrecht (zo luidde zijn codenaam) had een telefoniezender met bijbehorende ontvanger bij zich en een fototoestel met film en ontwikkelmateriaal. Hij 'rekruteerde' een kleine kern van oude vrienden. Twintig mannen legden de basis.

 

ARRESTATIE Het eerste deel van de missie slaagde. Na een halfjaar onafgebroken verkenning konden 650 negatieven, die een overzicht gaven van de militaire situatie, worden overgebracht naar Engeland. Dat deel mislukte echter. Albrecht slaagde er nooit in de oversteek te maken. Negen pogingen om dit vanuit Nederland te doen - onder andere via de kust van Delfzijl en Scheveningen - strandden. Hij volhardde en week uit naar Frankrijk. Ook dat was geen succes. Albrecht werd zelfs gearresteerd en bracht de rest van de oorlog in verschillende gevangenissen en concentratiekampen door. Echter, het inlichtingen- en spionagewerk dat hij op poten had gezet en dat intussen over grote delen van ons land was verspreid, ging overminderd door, al waren de zelfredzame groepsleden wel op hun hoede aangezien. Al het materiaal werd in veiligheid gebracht en Leiden fungeerde niet langer als centrum. Rotterdam werd het middelpunt. De scherpste veiligheidsmaatregelen werden genomen en er werden schuilnamen ingevoerd.

 

ONGEMAKKEN Eindelijk slaagde een Engelandvaart. Via een man die regelmatig naar Zwitserland reisde was op dat moment, begin 1944, al een regelmatige verbinding tot stand gebracht. De groep was echter nog niet in staat spoedberichten over te brengen. Er was behoefte aan een marconist. Die kregen ze ook, maar hij kon aanvankelijk niets doen omdat zijn toestel stukviel bij de dropping. Uiteindelijk kwam er toch een zendplaats, in de Brabantse Biesbosch, en via een binnenlands radionet werden Arnhem, Zwolle, Amsterdam en Zeeland verbonden met Rotterdam In Brabant, Limburg en Gelderland werd een telefonienet opgetuigd. Eind augustus bestond er een goed functionerend landelijk apparaat. De primaire opdracht bleef inlichtingen overbrengen. In de hoop dat ze daarmee de loper zouden uitrollen voor de geallieerden, die dankzij de militaire informatiestroom wisten wat hen te wachten stond. De verwachte doorstoot bleef echter uit. Alleen het zuiden werd in september 1944 bevrijd. De Albrechtgroep moest dus blijven functioneren en deed dat met verve. Ondanks alle ongemakken.

Omdat er alleen in het al bevrijde deel sprake was van een telefonienet viel dit communicatiemiddel weg en het radiocontact was zeer matig nadat de marconist in de problemen was geraakt. Vanwege de spoorwegstaking vielen bovendien alle treinkoeriers uit. Alle afdelingen reageerden hierop door onmiddellijk fietskoeriers in te zetten. Op versleten banden werden afstanden afgelegd van 100 tot 150 kilometer waarbij ze regelmatig dekking moesten zoeken als een Duits transport vanuit de lucht werd beschoten. Riskant was het ook bij de rivierovergangen, die strenger werden gecontroleerd. De verbinding stokte echter zelden.

 

HOMOGEEN Toen er eind december helemaal geen radiocontact meer mogelijk was (de marconist werd opgepakt) kwam veel niet zo alles aan op de zogenoemde frontkoeriers ofwel de liniecrossers, de hoofdrolspelers in deze artikelenreeks die tijdens de oorlogswinter dagelijks door en langs de Biesbosch kanoden en roeiden, zich er heel goed van bewust dat dit een 'Sperrgebiet' vol met Duitse soldaten was geworden en dat zij de laatste, essentiële schakel vormden. Alle berichten, uit heel bezet Nederland boven de grote rivieren, kwamen via de centrale post in Rotterdam in Sliedrecht terecht waarvandaan ze naar het bevrijde zuiden werden gecrosst. 'Men zette door, onder alle omstandigheden', is te lezen in het boek. De Albrachtmannen- en vrouwen (het koerierswerk werd veelal door vrouwelijke scholieren gedaan omdat zij zich gemakkelijker konden verplaatsen) hadden gemeen dat ze een sterke band en wil hadden. Het waren homogene groepen die zich belangeloos en met gevaar voor eigen leven inzetten.

 

Op 23 augustus het laatste deel. Dan keren we specifieker terug naar de liniecrossers. Wie waren zij nu eigenlijk?