Dankbaar thuis na werkvakantie

SLIEDRECHT Een groep van 23 jongeren van de Hervormde Gemeente Sliedrecht reisde half juli af naar Hongarije en Roemenië voor een werkvakantie. Ze kenden elkaar vaag, de meesten alleen van gezicht. Na zestien dagen en bijna 5000 kilometer keerde een hechte vriendenclub terug, verbonden in onuitwisbare indrukken en herinneringen. ,,Maar we kwamen vooral dankbaarder terug. Dankbaarder voor alles wat wij hier hebben", zegt deelnemer Daniëlle van der Kooij.

Op vrijdag 15 juli vertrokken drie negenpersoonsbusjes naar het Duitse Passau waar overnacht werd. Een dag later kwam de groep aan in Tiszaszalka, Hongarije. Een kleine plaats met nog geen 1000 inwoners waaronder een grote groep arme Roma's. Met hen gingen de Sliedrechtse jongeren vanaf maandag een week aan de slag. Een deel zette een kinderkamp op, vergelijkbaar met de kinderbijbelweek in Sliedrecht. Een ander deel ging klussen.

Zoals Robert van der Velde (20 jaar). Hij legde een betonnen vloer onder een badkuip. ,,Die badkuip stond gewoon buiten, in de aarde. Dat was hun "badkamer", meer hebben ze niet. Nu stappen ze in elk geval op beton als ze schoon uit bad stappen", vertelt Robert, die verder met zijn reisgenoten nog een pad aanlegde, een schapenhok timmerde en muren verfde. Hij was onder de indruk van de erbarmelijke omstandigheden waarin de mensen leven. Net als deelnemer Eline de Bondt (18 jaar), die haar handen uit de mouwen stak in een tweekamerwoning van een Roma-gezin met dertien kinderen, acht thuiswonend en één op komst. ,,Daar slapen en wonen ze met z'n allen, in die twee kleine kamertjes", zegt Eline, die het gezin hielp met het schoonmaken en verven van het huisje. ,,Dat je concreet iets voor ze kunt doen is mooi. Maar je helpt ze ook psychologisch. Ze waren zo blij met onze komst." Dat maakte ook indruk op Robert. ,,We werden steeds weer geknuffeld. En soms zag je zelfs een traantje."

Die blijdschap zag de 20-jarige Daniëlle ook in het kinderkamp, waar onder andere spelletjes werden gedaan en muziek werd gemaakt. ,,In het begin was er nog wat afstand. Logisch want het waren kinderen in de puberleeftijd. Maar al snel hadden we hun vertrouwen gewonnen en werd het gezellig. Er is veel gelachen. Het is mooi om te zien wat je kunt bereiken met de taal van de liefde." De Sliedrechters waren voornamelijk aangewezen op die taal, aangevuld met wat handen- en voetenwerk. Engels of Duits spraken de Roma nauwelijks. ,,In de bus hadden we wel wat Hongaarse woordjes geleerd", vertelt Robert. ,,Heel basis hoor. Ja, nee en goed." Dat laatste woordje heeft hij veel gehoord. ,,Steeds als er weer een klusje af was zeiden de mensen 'jó, jó, jó' tegen ons en gingen de duimen omhoog."

De tweede week ging de groep naar Roemenië. In het plaatsje Baia Mare deden de jongeren klusjes in een opvanghuis voor weesjongeren ouder dan 18 jaar. De laatste bestemming was stad Oradea waar ze bij leden van de zustergemeente aldaar sliepen. ,,Die tweede week stond meer in het teken van de ontmoeting met Roemeense christenen. Ook hebben we wat toeristische uitstapjes gedaan. Dat hadden we ook wel nodig na de heftige, eerste week. Het afscheid in Hongarije viel ons zwaar", licht Robert toe.

Op vrijdag 29 juli werd de terugweg ingezet die weer via Passau liep en op 30 juli kwam de groep aan in Sliedrecht. Inmiddels zijn er al twee reünies geweest. De behoefte om na te praten over de reis is groot. ,,Ik heb alles opgeschreven in een boekje omdat ik de herinneringen levend wil houden. Anders verval je zo snel weer in je normale leventje, waarbij je zomaar alles uit de kast kunt pakken. Wij hebben hier zoveel rijkdom. Toch willen we altijd meer en meer. Terwijl die mensen daar zó dankbaar zijn voor heel kleine dingen. Ze trekken zelfs de laatste komkommertjes uit hun kleine moestuintje om je iets terug te kunnen geven. Die dankbaarheid is de mooiste les van deze reis. Ik wil daar bewuster bij stilstaan. Dankbaarder zijn voor alles wat wij hebben", vertelt Daniëlle.

Wat Eline altijd bij zal blijven is dat grote gezin in die twee kleine kamertjes. ,,Dat raakte me zo diep. Wat hebben zij voor toekomst? Hun ouders hebben net zo'n zwaar leven gehad en voor hun kinderen zal het niet anders zijn. Die cirkel gaat maar door. Wij kunnen ze daar niet uithalen, maar we hebben ze wel een leuke dag kunnen bezorgen. Dat ze daar zo vrolijk en blij van werden zal ik nooit vergeten. Zo kun je dus toch iets betekenen. Dat was ook de reden dat ik mee wilde met deze reis. Om mensen te helpen. Ik zie dat als onze taak. Niet zozeer als christen. Iedereen hoort elkaar te helpen."

Robert heeft drie dingen uit de reis meegenomen. ,,Ten eerste: dat je als groep heel ver kunt komen. Niet alleen wat betreft de klussen die we gedaan hebben maar ook qua relatie, qua onderlinge band. Ten tweede: de hartelijkheid van de mensen daar. En ten derde: het besef dat er één God is. De jongeren in Roemenië zongen dezelfde liederen als wij. Met die jongeren was geen sprake van een taalbarrière. Je snapt elkaar. De Geest spreekt alle talen."