Geheime crossline werd nooit doorgrond

SLIEDRECHT Tot en met zaterdag 9 september is in het Sliedrechts Museum een tentoonstelling te bezichtigen over de liniecrossers. Hun verhalen mogen niet uitgestorven raken en dienen breed onder de aandacht te worden gebracht, zo is het doel van de begin dit jaar opgerichte Stichting Linie-Crossers Sliedrecht, die na fondsenwerving een krijgshistoricus opdracht wil geven een boek te schrijven. Het Kompas geeft alvast een aanzet met een tweewekelijkse zomerserie. Vandaag deel I: De Wilgenhorst.

door Erik de Bruin

Daar begon het allemaal. Dit herenhuis aan wat later de Molendijk is gaan heten (toen nog heel simpel wijk C) was de vertrekplaats van de Biesboschcrossings die in de hongerwinter van '44-'45 plaatsvonden van bezet naar bevrijd gebied en omgekeerd. In ongeveer zes maanden tijd vonden 374 overtochten plaats. 21 liniecrossers waagden keer op keer hun leven om militaire berichten en personen over te brengen. Op de terugweg namen ze voedsel en medicijnen mee. Vooral aan insuline was een groot gebrek. ,,Aan het einde van de oorlog wel vier à vijf roeiboten op een dag. Dat was buitengewoon. We vonden dat misschien nog wel belangrijker dan de inlichtingen die we overbrachten want daar zagen we weinig resultaat van", aldus crossmaster Bertus van Gool in een documentaire van de NCRV uit 1966, het jaar waarin het crossmonument werd onthuld door Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard. Op het Albrechtplein (op een steenworp afstand van de rivier, met de Biesbosch en de Helsluis aan de overzijde), dat is vernoemd naar de gelijknamige spionagegroep, die, zo schrijft het tijdschrift De Spiegel in datzelfde jaar, één van de beste van Nederland was. 'Wanneer de Albrechtgroep niet zo goed had gewerkt zou de uiteindelijke bevrijding van ons land zeker nog enige tijd op zich hebben laten wachten.'

 

HALF MILJOEN Van Gool was (de titel crossmaster zegt het al) de centrale figuur in Sliedrecht. 'Zijn' huis, waar hij inwoonde bij zijn schoonfamilie, werd in de laatste oorlogsmaanden een opslagplaats voor wapens, medicijnen en een half miljoen gulden van de Engelse geheime dienst. In De Wilgenhorst werd post verzameld, overgetypt, verdeeld, waterdicht verpakt en verzwaard zodat het tijdens een crossing in geval van nood overboord kon worden gezet. Dit alles gebeurde onder de neus van Duitse soldaten, die waren ingekwartierd in de riante dijkwoning en niet doorhadden dat ze zich boven het hoofdkwartier van een verzetsgroep bevonden. In de documentaire wordt Van Gool geïnterviewd naast de ingang van de schuilkelder, die pal onder de marmeren gang van het herenhuis lag. ,,We hebben bij wijze van test een Tommy Gun afgeschoten en dat was boven bijna niet hoorbaar, laat staan dat ze stemmen zouden horen."

 

GEEN KRUIMELWERK Vanwege de grootte van het huis was bij de bouw ondergronds een dubbele funderingsmuur aangebracht, met een onderlinge afstand van anderhalve meter. De kelder, die vaak genoeg door de bezetter werd onderzocht, bestond dus uit drie in plaats van twee ruimtes. Van deze zeldzame situatie maakten de crossers dankbaar gebruik. De funderingsmuren bestonden uit een aantal bogen waarvan alleen het laaggelegen gewelf boven het zand uitstak. Dat was de enige ingang van de geheime ruimte. Het zand werd zodanig verdeeld dat de halfronde opening zo klein mogelijk bleef. Slechts liggend op hun buik konden de koeriersters, crossers en de neergeschoten parachutisten en regeringsfunctionarissen, die ook werden overgebracht, er doorheen. Ze moesten wél op hun hoede zijn. Via contraspionage is verschillende keren geprobeerd het geheim van de crossline te doorgronden. De Duitse academicus die jacht maakte op deze afdeling van de Albrechtgroep had bijna beet, zo bleek na de oorlog toen zijn dossier werd gevonden. 'Er is één man door wiens vingers alle berichten over troepenverplaatsingen en geschutsopstellingen vanuit het bezette gebied naar de inlichtingendienst in Eindhoven gaan', had hij getypt. 'Deze man wordt Bertus genoemd, moet academisch zijn gevormd en tussen Dordrecht en Gorcum wonen.' Hij had een in Sliedrecht wonende Bertus op het oog en sprak zelfs met hem, maar deze persoon, 'een eenvoudige machinebankwerker', kon, zo dacht hij, onmogelijk 'de tegenspeler van allure' zijn waar hij naar op zoek was en die, tezamen met al die andere jonge kerels die de crossline met de geallieerden onderhielden, onmiddellijk geliquideerd moest worden. Die Bertus kon in de ogen van de Duitsers slechts kruimelwerk verrichten, maar niets was minder waar.

Deze serie bevat in totaal vier paginagrote verhalen. Op 26 juli verschijnt deel II over de werkelijke crossings. Hoe zag de route eruit, hoe hadden ze die bedacht en welke gevaren moesten ze trotseren?