• Simon Fousert

Nabestaande hoopt op gedenkteken treinramp 1942

SLIEDRECHT Eind november is het 75 jaar geleden dat bij een treinramp achttien personen verongelukten bij station Sliedrecht. De vader van Ernst Oosterbroek was één van hen. Hij hoopt dat er als herinnering binnenkort alsnog een gedenkteken wordt geplaatst.

door Simon Fousert

,,Van de dag zelf weet ik nauwelijks meer iets af", vertelt de nu 79-jarige Oosterbroek voor zijn caravan op de camping in Renesse waar hij deze weken met zijn vrouw Nel vertoeft. Zijn vader zat in de trein die vrijdagavond 27 november vanuit Gorinchem via Dordrecht naar Rotterdam reed. Bij het station van Sliedrecht gaat het mis, vermoedelijk omdat een wissel verkeerd staat afgesteld. De trein met vooral grondwerkers die voor de Heidemaatschappij werkten, botst daar op een stilstaande trein. Naast de vader van Oosterbroek, werkzaam als postsorteerder op kantoor én trein, komen nog zeventien mensen om. Verder raakten 61 personen gewond. Achteraf blijkt dat het om op drie na grootste treinramp van het land gaat.

De gebeurtenis, dat hoogstwaarschijnlijk 'slechts' een noodlottig ongeluk is en geen bewuste actie in verband met de oorlog, maakt bij Oosterbroek in eerste instantie weinig indruk. Dat wil zeggen: niet in die zin dat hij er bewust mee bezig was. Niet geheel verwonderlijk, hij is op die bewuste vrijdagavond van november 1942 pas vier lentes jong. Wel komt de ramp en het verlies van haar man hard aan bij zijn moeder. Na slechts acht jaar maakt de klap abrupt een einde aan haar huwelijk en blijft ze in Rotterdam-Zuid alleen achter met haar drie kinderen, twee dochters van 2 en 7 en Ernst van vier jaar oud. ,,Het was de zwartste dag in haar jonge leven", beschrijft Oosterbroek, nu woonachtig in Maasdam. Er met zijn moeder over praten was tot aan haar dood niet aan de orde. ,,Mijn moeder was vrij stil. Ze heeft echt geen gemakkelijk leven gehad, verloor haar moeder zelf al toen ze achttien was." Zo waren er nog wel meer tegenslagen, vertelt hij. ,,Maar ze hield het altijd binnen. Ze leefde voor de kinderen. En in de oorlog heb ik nooit het gevoel gehad dat wij het slecht hadden."

Na de oorlog begon het verlies van zijn vader langzaam maar zeker in te dalen, bijvoorbeeld als hij zag dat andere kinderen met hun vader voetbalden of andere dingen samen deden. Niet dat de treinramp hem dag en nacht bezig hield, maar op de achtergrond sluimerde het gemis wel voort. Ook toen Oosterbroek zelf vader werd, was hij erg voorzichtig. Zijn eigen gemis wilde hij de kinderen niet aan doen, vertelt hij. Ook de laatste tijd komen er veel emoties naar boven. ,,Dat komt aan de ene kant ook door mijn leeftijd, want je gaat je weer van alles herinneren." Daarnaast zijn er gezondheidsproblemen, maar zet hij zich de laatste tijd ook in voor een gedenkplaat of monument op het Sliedrechtse station als herinnering aan de treinramp. ,,Je gaat graven en dan rakel je ook één en ander op. Je legt het nu op tafel."

Een vriendin wees hem een aantal maanden geleden op de mogelijkheid om een monument aan te vragen, waarna in maart een brief naar het Sliedrechtse college van b en w volgde. Het verzoek werd namens het team Infra en Groen echter afgewezen. ,,Dat was erg teleurstellend", aldus Oosterbroek over het antwoord van de gemeente waarin het stelt dat er zover bekend geen slachtoffers afkomstig zijn uit Sliedrecht of in Sliedrecht begraven zijn. ,,Ook is onduidelijk in welke mate nabestaanden van de overledenen prijs stellen op een algemeen monument of gedenkteken", zo schrijft de coördinator van de afdeling Infra en Groen. Het klopt, zo zegt Ernst, dat niemand uit Sliedrecht zelf kwam. ,,Ik heb van alle personen die overleden of gewond zijn helder wat hun beroep was, hoe oud ze waren en waar ze vandaan komen. Zij kwamen niet uit Sliedrecht, maar dat is wel de plek van de ramp."

Toch hoopt hij nog steeds dat het gedenkteken er komt. Het liefst voor 27 november, als het ongeluk precies 75 jaar geleden is. ,,Als je eenmaal bij A begint, moet je ook door tot Z", vindt Oosterbroek. ,,Het is wel de op drie na grootste treinramp van ons land. In Harmelen, waar weliswaar veel meer (93 doden en 52 gewonden, red.) mensen omkwamen, kwam Pieter van Vollenhoven het monument openen. Het hoeft niet iets heel groots te zijn, daar gaat het niet om, als er wel maar iets komt. En daarnaast gaat het ook niet om mij, maar om veel meer mensen voor wie zoiets kan helpen voor de verwerking." Oosterbroek hoopt daarom ook dat nabestaanden van overledenen of gewonden of mensen die hen kennen contact opnemen. ,,Wellicht is het zo dat we sterker staan bij de gemeente als we samen optrekken." Voor wie nabestaanden van de treinramp in 1942 kent, kan contact opnemen met de redactie.