• Jan Wieman
  • Sliedrechts Museum
  • Jan Wieman
  • Sliedrechts Museum
  • Sliedrechts Museum

Overlevenden vertellen 65 jaar na dato over Watersnoodramp

SLIEDRECHT Gebruik in deze dagen de woorden 'de Watersnood van 1953' en vele oudere inwoners van Sliedrecht en Wijngaarden hebben een verhaal, hun verhaal. Juist in deze periode komt de ramp van 1 februari 1953 weer extra naar boven in de hoofden van mensen. De ramp die in Zeeland, de Zuid-Hollandse eilanden en delen van west-Brabant een veel grotere betekenis had en veel diepere sporen achterliet, maar ook de Alblasserwaard werd getroffen toen op 31 januari rond half 12 in de avond de 'slaapdijk' aan de uiterste oostzijde van Sliedrecht doorbrak en het water van de Merwede het dorp en het daar achter gelegen land onder water zette. Vanuit de westkant stroomde het water de huizen en de polders binnen omdat in Papendrecht de Noordendijk het begaf.

door Jan Wieman

Henk Visser vertelt: ,,Ik woonde aan de Kaai (het laatste stuk Rivierdijk aan de oostkant), het water van de Merwede liep over de dijk heen en de golven beukten tegen de slaapdijk. De betonplaten die tegen de dijk lagen stonden recht overeind en het zand spoelde eronder vandaan. Er was geen houden aan en met een enorme klap brak de dijk, het water liep onder het viaduct door het dorp in, de rijksweg op, de polder in, het zette alles onder water." Hij vervolgt: ,,Ik was een jongen van zeventien jaar. Mijn vader lag in het ziekenhuis en ik ben snel naar huis gegaan. Ik moest samen met mijn broertje van veertien het vee verzorgen, dat moest naar een loods van Van der Grijp gebracht worden zodat het vee droog zou komen te staan. De koeien werden daar aan machines vast gebonden." Op het fietspad richting Hardinxveld staat een paal waarop vermeld wordt waar de dijk doorbrak.

Jo Groenewegen (82) was als 18-jarige op 31 januari 1953 samen met zijn maten op 'meidenjacht' en woonde op Baanhoek. ,,Omdat de meisjes vanwege de storm thuisbleven gingen we van armoe naar de bioscoop. Toen ik om half 12 thuis kwam zei moeder dat het water over de planken kwam en vroeg of ik de inmaakbonen uit de kelder naar boven wilde brengen, als beloning zou ik voor het eerst een borrel krijgen omdat ik door het water moest. Ze zei dan word je wel weer warm en kan je goed slapen. Van dat slapen is het nooit meer gekomen, want toen ik klaar was hoorde ik buiten een hoop lawaai. Daar waren ze bezig met hooi op de dijk te gooien omdat het water over de dijk liep. Later zijn we zand uit zandbak van de kleuterschool in zandzakken gaan scheppen om die tegen de dijk aan te leggen en de dijk te versterken."

De jongens en mannen die eerst op Baanhoek bezig waren geweest werden met een vrachtauto naar de Kaai gebracht om daar te helpen. Jo: ,,Er was daar een huis in aanbouw en de stenen die er stonden gooiden we in het gat dat was ontstaan, wat niet veel hielp. Later werd er een bak van Van der Grijp ingevaren die vol water werd gepompt. Zo werd het gat gedicht en het water tegen gehouden. Maar inmiddels stond er op veel plekken meer dan een meter water want dat kwam van twee kanten de polder in. In Sliedrecht varieerde dat sterk."

Op foto's in het museum is te zien dat er op plaatsen het water tot aan de kozijnen van de ramen staat op andere plaatsen staat het weer lager. De bewoners van de huizen die buitendijks stonden en zij die 'in het hangen van de dijk' woonden hadden relatief het meeste geluk want toen de storm wat ging liggen en het getijde veranderde trok het water zich langzaam terug. Er bleef een massa rommel en modder achter maar zij konden als eersten beginnen met het droog en schoon maken van hun huizen, zo vertellen Jo en Henk. Zij die binnendijks woonden kwamen er veel minder goed vanaf, voor hen zou het vaak nog weken duren voordat zij naar hun huis terug konden. Veel gezinnen moesten worden geëvacueerd, zij trokken in bij familie en vrienden, huizen waarin soms toch al flinke gezinnen woonden bleken ineens geschikt om nog veel meer mensen te huisvesten, de gastvrijheid was groot. Beddengoed en kleding, familiepapieren en andere belangrijke zaken werden overgebracht, soms wadend door het water, maar ook met bootjes en kano's. De meubels werden zoveel mogelijk naar boven gesleept of op elkaar gestapeld. Van de ongeveer 25.000 hectare die de Alblasserwaard beslaat stond zo'n 6 à 7000 hectare onder water.

Dieren werden uit hun stallen en hokken gehaald en naar hoger gelegen gebieden of naar loodsen gebracht waar ze droog konden staan. Veel dieren haalden hun bestemming niet, zij verdronken. Vooral aan de westkant van Sliedrecht vond een ware slachting onder de beesten plaats, overal lagen kadavers, zo vertellen ooggetuigen.

De inwoners van Wijngaarden kregen in het algemeen met hogere waterstanden te maken omdat de polders daar lager liggen, een aantal van hen moesten samen met hun dieren worden geëvacueerd. Zo vertelden zij aan medewerkers van het museum: Mevrouw Boer-Korevaar sliep zes weken in Sliedrecht en Bleskensgraaf. Hun vee werd eerst per boot naar Sliedrecht gebracht en later per auto naar de regio Tiel. Cor Kuiper uit Wijngaarden moest zijn koeien en ander vee verplicht (lopend)naar Sliedrecht brengen. Echter, halverwege keerde een koe die net gekalfd had in haar eentje terug naar haar kalf en bleef daar zes weken bij, er was hooi en water genoeg. De rest van de koeien werd ondergebracht in een loods met veel andere koeien, niemand wist meer van wie welke koe was, ze waren nog niet genummerd. Later werden de koeien naar de Tieler- en Bommelerwaard gebracht en moest boer Kuiper overal gaan zoeken waar zijn koeien waren. De koeien hebben het overleefd, de varkens, schapen en de helft van zijn kippen niet. Het gezin Kuiper, drie kinderen, sliep zes weken lang op stro in een garage in Sliedrecht, later sloot zijn vader zich bij hen aan.

Vele Sliedrechtse vrijwilligers en beroepshulpverleners zijn wekenlang bezig geweest om mensen, dieren en goederen te vervoeren. Kort na de ramp begon het te vriezen en vormde zich een flinke laag ijs. Het was beslist niet makkelijk om in die kou te moeten werken, het ijs moest eerst kapot gemaakt worden voordat gevaren kon worden en wat te denken als men wadend door het water naar een woning moest om iets te halen. Een van de mensen vertelt: ,,Onderweg voeren we langs de kadavers van de koeien daar zaten de ratten bovenop, die sloegen de roeiers er met de spanen vanaf. Intussen moesten we opletten dat we niet op een hek of een paal stootten zodat we niet over boord sloegen of onze kostbare vracht kwijt raakten."

In het Sliedrechts museum is ontzettend veel informatie te vinden over ervaringen tijdens en na de watersnoodramp in Sliedrecht en in Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden. Scholen kunnen een speciale afspraak maken met het secretariaat van het museum, er is ook een lesbrief beschikbaar en er is een film die de watersnood in Zeeland laat zien door de ogen van een kind. Zie ook www.sliedrechtsmuseum.nl.