Raad van State verwerpt megaclaim scheepswerf Boer

DEN HAAG/SLIEDRECHT De Sliedrechtse scheepswerf Boer heeft geen recht op een schadevergoeding van ruim vier miljoen euro. Dat is het oordeel van de Raad van State. De Raad verwierp woensdag de megaclaim die de scheepswerf indiende bij Rijkswaterstaat. De schadeclaim was het gevolg van omzetverlies door jarenlange tegenwerking door Rijkswaterstaat.

Boer moet het doen met een 'schamele' vergoeding van ongeveer een half miljoen euro. Die is intussen uitgekeerd door Rijkswaterstaat. Volgens de Raad heeft de scheepswerf niet aannemelijk gemaakt dat het méér schade heeft geleden.

De Raad twijfelt niet aan het advies van een onafhankelijke schadecommissie die in deze zaak werd ingeschakeld. Die commissie kwam aanvankelijk tot een schadebedrag van een miljoen euro en later tot een bedrag van nul. Rijkswaterstaat koos daarom voor de middenweg en besliste dat Boer recht had op een half miljoen.

Een door Boer ingeschakelde schade-expert berekende veel hogere schade. Hij stelde bovendien dat de rekenmethode van de schadecommissie niet deugde. Maar volgens de Raad deugt die methode wel en klopt de berekening van de schade-expert van Boer niet.

Het geschil ontstond al in 2000 toen Rijkswaterstaat een ontheffing weigerde te verlenen voor een dok voor de bouw van lange binnenvaartschepen. De locatie van het dok was niet geschikt en het zou tot gevaarlijke situaties kunnen leiden op de rivier. Maar tien jaar later kreeg de scheepswerf toch nog de ontheffing, nadat Rijkswaterstaat meermalen hard op de vingers was getikt door de Raad van State. De ontheffing was onterecht geweigerd.

Boer diende vervolgens een claim in, omdat de scheepswerf in die 10 jaar veel omzet had gemist. Juist in die periode was de markt voor lange binnenvaartschepen zeer gunstig. De scheepswerf had daar door de tegenwerking van Rijkswaterstaat niet van kunnen profiteren.