• Koen Suyk

Scheepswerf Boer claimt miljoenenschade

DEN HAAG/SLIEDRECHT- Scheepswerf Boer in Sliedrecht neemt geen genoegen met een karige schadevergoeding van ongeveer 500.000 euro. Het bedrijf legde maandag bij de Raad van State een claim op tafel van 4,2 miljoen, te betalen door Rijkswaterstaat.

De schadeclaim is de laatste zet in een heel lange procedure. Die begon nadat Rijkswaterstaat in 2000 weigerde aan Boer een ontheffing te verlenen voor het neerleggen van een dok voor de bouw van extra lange binnenvaartschepen.

Volgens Rijkswaterstaat kon dat zorgen voor een gevaarlijke situatie op de Merwede, want een schip zou maar deels in het dok liggen met zijn kop of zijn kont. De rest van het schip zou tientallen meters in de rivier steken. De weigering van Rijkswaterstaat leidde tot een reeks rechtszaken.

Uiteindelijk besloot Rijkswaterstaat in 2010 toch een ontheffing te verlenen. De Raad van State had Rijkswaterstaat toen al twee keer op de vingers getikt, omdat het argument van gevaar op de rivier niet overtuigde.

Rijkswaterstaat besefte wel dat een schadevergoeding terecht was, want de scheepswerf had 10 jaar lang omzet uit de bouw van extra lange schepen gemist. ,,Toen we de ontheffing vroegen, was de markt voor langere schepen 'booming'", zegt werfdirecteur L. Boer. ,,Het werk lag voor het opscheppen." Maar de slag werd gemist door de weigering van Rijkswaterstaat.

Een commissie van deskundigen ging voor Rijkswaterstaat aan de gang en berekende aanvankelijk een schade van 1 miljoen euro. Bij een tweede berekening kwam de schade uit op nul. Voor de redelijkheid besloot Rijkswaterstaat maar in het midden te gaan zitten en keerde een vergoeding uit van bijna 500.000 euro.

Volgens een expert die door de scheepswerf is ingehuurd, klopt er van de berekening van de commissie niets. En zo staat de ene deskundige tegenover de andere deskundige. De Raad van State mag nu de beslissing nemen of er voor Boer nog meer geld bij moet.

De Raad doet binnen twee maanden uitspraak.