Wegschuilen in het oeverriet

Bij elke crossing langs zestien mitrailleursnesten

SLIEDRECHT Tot en met zaterdag 9 september is in het Sliedrechts Museum op de Kerkbuurt een tentoonstelling te bezichtigen over de liniecrossers. Hun verhalen mogen niet uitgestorven raken en dienen breed onder de aandacht te worden gebracht, zo is het doel van de begin dit jaar opgerichte Stichting Linie-Crossers Sliedrecht, die een forse bijdrage heeft geleverd aan de expositie en na fondsenwerving, wat nu aan de gang is, een krijgshistoricus opdracht wil geven een allesomvattend onderzoek te verrichten naar de drijfveren van deze verzetshelden. Wat uitmondt in een boek. Het Kompas geeft alvast een aanzet met een tweewekelijkse zomerserie. Vandaag deel II: de crossroutes.

door Erik de Bruin

Aanvankelijk was een andere route bedacht door de Alblasserwaardse afdeling van de in Rotterdam gecentreerde ondergrondse Albrechtgroep, die in het hele bezette gebied post verzamelde en de films, tekeningen en economische, medische en militaire gegevens via deze streek naar het vrije zuiden vervoerde. De Sliedrechters Jacobus Bakker, die de schuilnaam Alblas droeg, en Bertus van Gool deden dit vrijwel dagelijks. Ze hadden weinig te vrezen aangezien er niet zoveel 'moffen' waren in het tussenliggende Land van Heusden en Altena en de Biesbosch. Dat veranderde toen in november 1944 de geallieerden vanuit het zuiden oprukten tot de Bergsche Maas. Ineens wemelde het van de Duitse soldaten in dit stuk niemandsland, waar natuurlijke elementen als water en wind vrij spel hadden. De veilige route bestond niet meer, maar de post stapelde zich wel op. Alblas en Bertus gingen erop uit om een nieuwe route te vinden en in kaart te brengen. Dat laatste had geen zin. Weliswaar slaagden ze erin via Werkendam het net bevrijde Drimmelen te bereiken, op de terugweg bleek er geen doorkomen meer aan. De toestand in dat deel van de Biesbosch was radicaal gewijzigd. De Duitsers lagen met maaiende mitrailleuren aan de kreken en killen. Ze loerden op alles en iedereen. Alblas keerde terug naar het bevrijde gebied om aan de inlichtingendienst de veranderde situatie uiteen te zetten. Bertus ging door. Hij kwam na twee helse dagen doornat, uitgeput en zonder roeiboot (die hadden ze onder hem weggeschoten) thuis. Ditmaal bleef hij in De Wilgenhorst. Zijn vrienden Jacobus Meijer en Jan Visser - Grijze Jan genoemd - namen het over en brachten de eerste crossing tot stand. Crossingmaster Bertus had hen de opdracht gegeven voor een meer westelijke route te gaan.

CONSTANTE DIENSTREGELING Deze kon wel in kaart worden gebracht. Jan en Koos doken aan de andere kant van de Beneden-Merwede meteen de Sliedrechtse Biesbosch in door de Helsluis in te schieten. Via de Huiswaardsloot in dit gesloten en zo omvangrijke en bij nacht duistere natuurgebied, dat ze op hun duimpje kenden en waar de Duitsers niet graag verbleven, en de Overlaat, waar ze hun kano of roeiboot overheen sleepten, werd de Nieuwe Merwede bereikt. Het tweede deel van de tocht voerde over de Nieuwe Merwede en de Amer - die beide uitmondden in het Hollands Diep, waar moest worden opgebokst tegen een volle golfslag - richting veilige haven. Die lag in Lage Zwaluwe. Het eindpunt was Hotel Centraal waarvandaan de inlichtingen werden doorgezonden. Zo ontstond dankzij de moedige Biesboschcrossers een constante dienstregeling die de oude verbinding overtrof in omvang en regelmaat. Alleen bij lichte maan werd niet gevaren. De post uit Rotterdam was in zes uur tijd in Eindhoven, waar de inlichtingendienst was gevestigd.

WITTE LAKENS Tijdens de laatste zes oorlogsmaanden vonden 374 overtochten plaats. Van bezet naar bevrijd gebied, maar ook andersom. Het werk van de crossers was van onschatbare waarde. Met de overgebrachte economische gegevens kon de regering aan het werk en werd de voedselvoorziening georganiseerd die direct na de oorlog moest plaatsvinden. De militaire informatie kwam in de gretige handen van geallieerde opperbevelhebbers, die nauwkeurig werden ingelicht over Duitse geschutsopstellingen en troepenconcentraties. De medische gegevens leidden ertoe dat Prins Bernhard er persoonlijk voor zorgde dat de liniecrossers met boten vol medicijnen terug naar Sliedrecht roeiden. Keer op keer stelden ze hun leven in de waagschaal. De tocht was vol gevaren en ontberingen. Tijdens de ijzige donkere nachten van de hongerwinter moesten ze telkens zestien mitrailleursnesten passeren. Bij het zwakste gerucht opende de bezetter het vuur. Echter, de kogels vlogen over hen heen. Waar ze meer angst voor hadden, waren de lichtkogels die in de lucht werd geschoten. Dat veranderde de nacht in de helderste dag. Ofschoon het van belang was in het midden van de rivier te blijven, moesten de crossers bij zo'n vuurpijl razendsnel richting de oever varen waarvandaan de pijl opsteeg. Wegschuilen in het riet en wachten tot het weer rustig is geworden. Vaak kleumend van de kou. Lichamelijk werd er veel van deze dappere jonge mannen gevraagd. Ze bleven doorgaan. Zelfs sneeuwstormen deden hen niet besluiten een nacht over te slaan. Bij ijsgang voeren ze tussen de schotsen door en was er een kreek dichtgevroren dan sleepten ze de boten over het ijs. Bij sneeuw waren de liniecrossers gehuld in witte lakens, om niet op te vallen. Toen de nachten korter werden werd het een strijd tegen de tijd om voor het daglicht binnen te zijn. Talrijke wilde vaarders die het bezette gebied ontvluchtten, brachten de route in gevaar. Zij maakten de Duitsers waakzamer. Het werd een nog riskantere onderneming. Het was niet alleen meer de post die uit het bezette gebied moest worden gehaald, bij elke crossing voerden personen mee die voor het bevrijde gebied van belang waren of van regeringswege waren opgeroepen. De al genoemde Jan Visser en Koos Meijer brachten zelfs een bij de Slag om Arnhem gewond geraakte generaal over.

Half maart werd de 'crosserij' door een zware slag getroffen. Bij de Kop van 't Land langs de Nieuwe Merwede, waar de Duitsers het waakzaamst waren, viel Arie 'Aaike' van Driel in handen van de bezetter. Hij had 53 succesvolle crossings op zijn naam staan, nummer 54 werd hem noodlottig. Hij werd gevangengenomen en gemarteld, maar liet niets los. Net als de Werkendamse crossingmaster Kees van de Sande. Kort voor de Duitse capitulatie werden beiden gefusilleerd. Postuum ontvingen ze de hoogste militaire eer.

Op 9 augustus verschijnt het derde deel in deze reeks over de Linie-Crossers.

Fotobijschrift:

Omdat de Duitsers zich overal hadden genesteld (zie alle nazi-vlaggetjes) werd eind 1944 een meer westelijke route gezocht en gevonden.