• Joost Schelling

    Richard van Hoek

Ben je weer 'geland'?

De afgelopen weken kon ik bijna nergens in Sliedrecht komen zonder de vraag te krijgen: Hoe was het in Rwanda? Ben je alweer een beetje 'geland'? Sommige mensen zijn er niet zo happig op, om na de zomer, steeds maar weer opnieuw over hun reis of vakantie te moeten vertellen. Snel weer over tot de orde van de dag. Maar zeker nu - na zo'n reis - vind ik deze vragen helemaal niet erg, hoe vaak ze ook gesteld werden. En wie het mij al gevraagd heeft, die weet, dat er dan een lang antwoord volgt. Want de vragen nodigen mij uit om reiservaringen te delen en om mijn eigen gedachten meteen wat te ordenen. Bijna 3 weken lang op reis met 16 Sliedrechtse jongeren en 3 andere begeleiders in een - voor de meesten - wildvreemde cultuur. Het heeft een grote indruk bij ons achtergelaten.

In deze eerste column na deze reis geef ik u iets van deze indrukken terug. Misschien dat u wel dacht als u mij zag: 'o, iedereen vraagt het al aan hem, dan begin ik er zelf maar niet over.' Dat denken voor de ander kan ons zomaar in de weg zitten. We kunnen het lastig vinden om bij een ander ergens naar te vragen, niet wetend of de ander daar wel zo blij mee is. 'Zal ik vragen hoe het met haar is na een zomer alleen thuis, na dat lange ziekbed, na het ontslag, na het overlijden van haar partner? Ach, ze zit er vast niet op te wachten. Moet ze alles weer vertellen. En wat moet ik terug zeggen? Ach, laat maar…' Terwijl sommige mensen hopen dat iemand het hen nu eens wel vraagt.

Goed terug naar mijzelf, want bij mij werd de vraag wel vaak gesteld en hier komt het korte antwoord: Ik heb genoten van de jongeren, die ik tijdens de reis heb zien veranderen in hun kijk op het land, de mensen, maar vooral in de kijk naar zichzelf. Ik heb mij plaatsvervangend geschaamd voor de gehele mensheid, en het 'beschaafde' westen in het bijzonder, na een immense genocide met 1 miljoen doden, terwijl niemand iets eraan deed. Ik heb mij verwonderd over de veerkracht van het land, over de slachtoffers aan één tafel met (hun) daders, en over jongeren die dromen van een mooie baan of studie, terwijl de kans daarop zo klein is. Ik heb mij laten inspireren door het enthousiasme waarop mensen daar in het leven staan en in het bijzonder hun geloof vieren. Ik heb gedankt voor Rwandezen, die eerst aan anderen denken en dan pas hun eigen misère oplossen. En ik heb gebeden of wij iets van hun gastvrijheid en hun mildheid in ons hart en in onze koffer mee mochten nemen naar Nederland. Met die indrukken en die koffer ben ik in Nederland weer 'geland'. Stap gerust op mij af, ik deel met veel blijdschap die reiservaringen aan anderen uit.

Ds. Joost Schelling