• Maria Stam

    Richard van Hoek

Blinde paniek

Met mijn hart bonzend in mijn keel stap ik de drukke, onoverzichtelijke hal binnen. De hitte en het lawaai slaan als een muur tegen me aan. Instinctief trek ik mijn dochter dichter naar me toe en gebied haar om bij mama te blijven. Voordat we ons verder begeven, probeer ik me te oriënteren en neem ik de omgeving in me op. De moed zakt me in mijn schoenen als duidelijk wordt in wat voor oord we terecht zijn gekomen. Waar ben ik aan begonnen?

Om ons heen is het een gekrioel van mensen. Kinderen rennend gillend rond, sommigen huilend, op zoek naar hun ouders. Een vrouw met een paniekerige uitdrukking op haar gezicht passeert ons, ondertussen wanhopig een naam roepend. Ik geef haar weinig kans dat degene die ze roept haar kan horen, want de herrie om ons heen is oorverdovend. Snel zoek ik een herkenbaar punt uit. Ik loods mijn peuter naar een plek waar het relatief rustig is, zak door mijn knieën en kijk haar ernstig aan. ,,Als je mama kwijtraakt, kom je daarheen - ik wijs naar een grote, opvallende boom - en blijf je daar wachten tot ik je kom halen, oké?" Ze knikt begrijpend. ,,En wat mag je NIET doen?" Er verschijnt een diepe rimpel boven haar neusje terwijl ze nadenkt. ,,Niet met vreemde mensen mee gaan!", roept ze dan triomfantelijk terwijl ze haar wijsvingertje driftig heen en weer zwaait. Ik haal enigszins gerustgesteld adem. Ik pak de twee kleine tassen die we mee hebben genomen en begin met het installeren van onze spullen. Vanaf nu is dit 'ons' plekje, onze veilige basis.

Ik wil nog wat zeggen tegen mijn dochter, maar als ik me omdraai is ze in geen velden of wegen meer te bekennen. Mijn hart slaat meerdere slagen over terwijl ik ongerust om me heen kijk. In mijn hoofd flitsen de ergste scenario's voorbij. Ik speur mijn omgeving af, maar het stikt er van de blonde meisjes in roze shirtjes en die van mij zit er toch echt niet bij. In blinde paniek zet ik het op een lopen, terwijl ik haar naam roep. Niks. Ze is weg.

Ik voel me wanhopig, schuldig, bang en boos tegelijk en probeer niet te denken aan alles wat er kan gebeuren. Dan herinner ik me ineens weer onze afspraak en loop naar de grote boom. Daarachter, verstopt achter de brede stam, zit mijn dochter op de grond. Ze speelt lachend met een paar andere kinderen. Eindelijk durf ik weer adem te halen. Ik loop naar haar toe en terwijl ik haar over haar bol aai vliegt ze me om mijn nek en roept vrolijk: ,,Mama, het is hier echt leuk! Ik wil morgen nog een keer naar MonkeyTown!"

Maria Stam