• Maria Stam

    Richard van Hoek

Gelieve niet te voeren

,,Wil jij een ballonnetje?", vraagt de dame van een stand op de Late Summer Fair aan mijn dochter. Ineens staan al mijn zintuigen op scherp. Ik probeer de dame nog telepathisch in te seinen, maar het is al te laat. In gedachten zie ik mezelf in slow motion door de lucht vliegen om de ballon te onderscheppen, terwijl ik heel hard in een lage en monotone stem dramatisch 'NEEEEE!' roep. In werkelijkheid neemt mijn dochter gretig de onopgeblazen ballon aan, zegt netjes 'Dank u wel' en begint er tevreden op te sabbelen.

Inwendig kook ik. Natuurlijk is het hartstikke lief dat mijn dochter overal snoepjes, ballonnen, stukjes worst en appels aangeboden krijgt en ik weet dat het allemaal heel goed bedoeld is. Maar het is niet erg handig, zeker niet als ik peuterlief net heb verteld dat ze de geen snoepje krijgt omdat ze haar ontbijt weigert te eten. Of omdat ze niet luistert. Of simpelweg omdat het nog maar half tien 's ochtends is. Een enkeling heeft het gelukkig wel begrepen en vraagt eerst, onopvallend zodat de kleine niets door heeft, aan mij of ze een ontbijtkoekje mag. Stiekem, met het koekje half achter de kassalade vandaan gestoken en een vragende blik. Waarop ik dan vriendelijk met een glimlach mijn hoofd kan schudden naar de caissière en 'Nee, bedankt' kan mimen. Dochter weet van niets, het is ons kleine geheimpje, het leven is goed. Ik vraag me wel eens af hoe dat moet zijn voor ouders wier kind een allergie of ziekte heeft. Hoe frustrerend moet zo'n situatie voor hen zijn? Word je kind eerst blij gemaakt door een ander en dan mag jij als ouder het cadeautje vervolgens af gaan pakken. Nu heb ik gelukkig een gezond kind en is mijn aversie tegen dit soort uitdeelacties geheel uit eigenbelang. Het belang van haar opvoeding. Het belang van mijn ouderlijk gezag. Het belang van…

Een helder stemmetje haalt me uit mijn gedachten. Twee grote blauwe ogen kijken me vragend aan. ,,Mama, ik vroeg of jij mijn ballon op wilt blazen?" Ze steekt haar handje naar me uit met daarin een uitgekauwde, ondergekwijlde ballon. Ik pak de kleverige rubber bol aan en terwijl ik de buggy richting het springkussen duw, vraag ik me af of het mij een erg slechte moeder maakt als ik mijn dochter voortaan een bordje om haar nek hang met daarop de tekst: 'Gelieve niet te voeren en geen ballonnen aan te bieden.'

Maria Stam