Merwedegijzelaar: Cornelis de Rek

SLIEDRECHT Het persoonlijke verhaal van Kees de Rek (18 juli 1922) is in augustus 2013 verteld door zijn jongere broer, Marinus.

,,Ten tijde van de razzia - 16 mei 1944 - was ik tien; het meeste heb ik later meegekregen van wat mijn ouders vertelden. Kees werd die dag 's ochtends vroeg opgepakt bij de Tolsteeg, waar hij grond aan het rijden was. Door werkgebrek werkte hij niet meer bij scheepswerf Lanser. Toen Kees werd weggevoerd naar de Grote Kerk kwam hij vader tegen, die op weg was naar zijn werk - net als Kees voordien - bij scheepswerf Lanser. Vader was die dag jarig. Kees wees op zijn borstzak om duidelijk te maken dat hij zijn persoonsbewijs bij zich moest dragen. Tijdens het verblijf in Kamp Amersfoort stuurde de gemeente nog een brief met de verwachting dat Kees spoedig vrijgelaten zou worden."

Marinus vervolt: ,,Later volgde bericht, dat er een koffer met kleding en dergelijke gebracht moest worden. Omdat er bijna niets te krijgen was, liet vader een triplexkoffer maken bij timmerman Van den Dool. Bij het afgeven van de koffer in Amersfoort werd gezegd: 'Zet daar maar neer'. Contact was niet mogelijk.

Verder weet ik dat ook enkele jongens bij ons uit de buurt bij de razzia zijn opgepakt. Een van hen zou in een brief aan zijn ouders hebben verteld dat Kees ziek was. Kees kwam niet meer terug uit Duitsland. Hij overleed er op 11 november 1944, maar dat hoorden we pas op mijn verjaardag 24 januari 1946. Van de herbegrafenis in Sliedrecht herinner ik mij dat er drie kisten bij geopende graven stonden. Toen later onderscheidingen aan het verzet werden uitgereikt zei vader: 'Prins Bernhard komt medailles omhangen, maar onze jongen is de dupe'.

De familie De Rek woonde op B 599. Het huis is in 1957 gesloopt. Die plek ligt nu in het water tegenover Joost van den Vondelstraat 11.