OM eist 9 maanden cel voor afbijten van stuk oor

SLIEDRECHT - Het Openbaar Ministerie wil dat de 36-jarige P. van S. uit Sliedrecht negen maanden de cel in gaat, omdat hij op 29 juli 2014 een stuk oor van een toenmalige vriend af heeft gebeten tijdens een vechtpartij. De zaak werd dinsdag 6 januari voor de meervoudige strafkamer van rechtbank Dordrecht behandeld. Over twee weken doen de rechters uitspraak over de zaak. P. van S. kreeg op 29 juli ruzie op straat in Sliedrecht ruzie met een toenmalige vriend die geld van hem gestolen zou hebben. Er ontstond een worsteling, waarbij over en weer klappen vielen. Rollend over straat hapte Van S. een stuk oor af van zijn rivaal en vertrok. Wakker makenWaarom de Sliedrechter zo uit zijn bol ging, weet hij zelf niet meer. ,,Ik weet niet waarom het zo erg is geworden. Hij had al vaker spullen van mij gejat en ging nu gewoon te ver. Het was ook niet echt een vechtpartij. We waren aan het worstelen en tussendoor aan het discussiëren. Ik wilde hem wakker maken, maar wilde hem geen pijn doen, weet je", vertelde de verdachte, die inmiddels beschikt over een strafblad van 28 pagina's en in 2010 drie jaar gevangenisstraf opgelegd heeft gekregen voor drugs- en wapenbezit en mishandeling. Negen maanden De officier van justitie gaf aan dat zij het gedrag van Van S. ontoelaatbaar vindt. ,,Er is een stuk van de oorschelp afgebeten en dat stuk kan niet meer teruggezet worden. Ik eis daarom een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden. De vordering van de benadeelde partij verklaar ik niet ontvankelijk, omdat die niet duidelijk genoeg is. Hij kan via de civiele rechter alsnog een beroep doen op een schadevergoeding", aldus de openbaar aanklaagster. Niet weer brommenDe advocaat van de dertiger vindt een celstraf niet passend. Zij zei: ,,Als mijn cliënt wéér moet gaan brommen, betekent dat uitstel van zijn behandeling door de reclassering. Dat zou zonde zijn. We moeten de positieve lijn die er inmiddels is, doorzetten." De rechtbank denkt de komende twee weken na over de zaak en doet op 20 januari uitspraak.